panel
© Willem Rosier - Connect futuur 2026

de programmator bestaat niet: 6 inzichten uit het openingspanel van connect futuur

26.08.2026 · #inspiratie #cult! #sector

Connect futuur startte dit jaar met een openingspanel over de rol van de programmator. Griet Ivens (directeur in Ter Dilft), Joep Grooteman (directeur bij DIP), Lauranne Cleenwerck (programmator podiumkunsten in CC Brugge) en Stienus Keersmaekers (muziekprogrammator bij de Roma) gingen in gesprek onder leiding van moderator Aukelyn Allary (artistiek coördinator bij PERPLX Circuswerkplaats) over artistieke keuzes, samenwerking, publiekswerking en de opkomst van AI. We verzamelden zes inzichten om mee naar huis te nemen.

1. programmeren is teamwerk

Een sterke programmatie ontstaat niet vanuit één individuele smaak, maar vanuit een gedeelde visie. De programmator bewaakt die visie, maar doet dat niet alleen. Bij De Roma zit de programmatie verspreid over verschillende teams. Stienus Keersmaekers: "Er is niet één iemand die beslist dit is de lijn waar het huis naartoe moet. Dat is een gezamenlijk verhaal." Die dialoog vraagt wel tijd die er in de praktijk niet altijd is. Vergaderingen gaan snel over praktische zaken. Voor het gesprek over waarom je iets programmeert, moet je zelf bewust ruimte maken.

2. bouw verder, breek niet af

Een eerste stelling richting publiek en panelleden ging over de vraag of langdurig artistiek leiderschap automatisch leidt tot berusting en verlies aan relevantie. Daarover ontstond nuance. Lauranne Cleenwerck pleitte ervoor om niet bij elke programmatorwissel met een volledig nieuw verhaal te beginnen: “Ik bouw liever verder op wat er al is, en kijk van daaruit hoe we verder kunnen gaan.” Een cultuurhuis is opgebouwd uit relaties, met publiek, kunstenaars en het team. Die geschiedenis hoeft geen rem te zijn op vernieuwing, zolang er ruimte blijft voor nieuwe stemmen en voldoende draagvlak bij het team.

Ook Griet Ivens benadrukte dat vernieuwing een gedeelde verantwoordelijkheid is: niet één persoon bepaalt de artistieke koers, een team moet samen tijd maken om die richting geregeld in vraag te stellen.

3. eeuwig balans zoeken

Joep Grooteman schetste drie opdrachten die elke culturele organisatie tegelijk moet vervullen: een artistieke, een economische en een sociaal-maatschappelijke. De uitdaging is om vooraf als organisatie te bepalen hoe die zich tot elkaar verhouden, in plaats van dat impliciet te laten.

Ook de cultuurhuizen in het Vlaamse en Brusselse veld herkennen die spanning. Griet Ivens: “Een cultuurhuis moet zowel inspelen op wat het bestaande publiek verwacht, als ruimte blijven maken voor nieuwe makers en minder evidente keuzes. Het publiek mag niet onderschat worden, cultuurhuizen hebben ook de verantwoordelijkheid om mensen nieuwe ervaringen aan te reiken”. Dat zorgt ervoor dat programmatie steeds meer een zoektocht naar evenwicht is dan een zuiver artistieke beslissing.

4. data en AI kunnen helpen, maar nemen de programmator niet over

Joep Grooteman lichtte een Nederlands experiment toe waarbij ticketdata, data van sociale media en andere publieksgegevens worden samengebracht in een voorspelmodel. Zo'n model kan aangeven welk aanbod een bepaald publiek waarschijnlijk zal aanspreken, en kan blinde vlekken blootleggen, risico's spreiden en zo net ruimte creëren voor kwetsbaarder aanbod.

Lauranne Cleenwerck reageert voorzichtig: dit soort modellen dreigt vooral te herhalen wat vorig jaar goed werkte, waardoor experimenteel werk en minder bekende namen makkelijk uit beeld verdwijnen. Ze wees ook op iets anders: "Persoonlijk vind ik net de babbels met artiesten, en trajecten met hen uitzetten over jaren heen, het fijnste aan mijn job." Wanneer cijfers te veel sturen, komt net die persoonlijke relatie tussen programmator en kunstenaar onder druk.

Joep Grooteman beaamde dat het model nooit bedoeld is als vervanging: "Je houdt altijd de mens als eindpunt, de programmator neemt uiteindelijk de beslissing." Van nieuw werk of net afgestudeerde makers bestaat sowieso geen data, en juist daar blijft artistiek inzicht onmisbaar. Data kan het gesprek voeden en keuzes beter onderbouwen, maar neemt nieuwsgierigheid en prospecties niet over.

5. publiek betrekken kan ook zonder bevraging

Niet elk huis werkt met focusgroepen of bevragingen. Bij De Roma loopt die connectie met hun communities voor een stuk via een grote vrijwilligersploeg en via de maatschappelijke programmatie, waar nauw wordt samengewerkt met verenigingen en sociale organisaties. Die weg brengt volgens Stienus Keersmaekers een diversiteit aan verwachtingen binnen die een klassieke bevraging niet zou vangen.

Griet Ivens gaf het voorbeeld van de maakplaats in Ter Dilft, een ruimte met tools als 3D-printers en lasercutters die inmiddels op eigen kracht een vrijwilligerscommunity heeft opgebouwd, volgens het principe van open source. Zulke initiatieven, los van de klassieke programmatie, geven een andere soort voeling met wat leeft.

6. het profiel van dé programmator is te eng

Vanuit het publiek kwam de vraag of programmatoren vandaag niet te vaak hetzelfde profiel hebben. De panelleden herkenden dat. Lauranne Cleenwerck pleitte voor meer kruisbestuiving met mensen uit andere organisaties en denkkaders.

Griet Ivens vult aan: “Er leeft dus wel een besef dat de rol van programmator een heel specifieke invulling heeft gekregen, op eenzelfde manier ingevuld door velen. De vraag is hoe we dat kunnen verbreden, en tegelijk onze expertise en deskundigheid bewaren.”

De programmator van vandaag is niet langer uitsluitend een artistieke curator. Die is evengoed bemiddelaar, verhalenverteller, strateeg, partner van kunstenaars en gesprekspartner van het publiek en de eigen organisatie. Artistieke keuzes blijven het vertrekpunt, maar ontstaan steeds minder in afzondering. Ze groeien uit dialoog: met collega's, met kunstenaars, met de lokale gemeenschap en, waar het kan, met data.

 

Met dank aan Griet Ivens, Lauranne Cleenwerck, Stienus Keersmaekers en Joep Grooteman voor het delen van hun inzichten, en aan Aukelyn Allary voor de moderatie.