visienota kunsten & cultureel erfgoed: cultuurhuizen krijgen erkenning
De visienota Kunsten & Cultureel Erfgoed van Vlaams minister Gennez is er. Lees mee over de schouder van cult! en ontdek wat we terugvinden uit onze aanbevelingen, wat nog ontbreekt, en waar we als sector vragen bij stellen.
Met de publicatie van de Strategische Visienota Kunsten en Cultureel Erfgoed 2026–2030 schetst de Vlaamse overheid de krijtlijnen voor het kunsten- en erfgoedbeleid van de komende jaren. Een belangrijk document dus, dat ook (indirect) richting geeft aan hoe cultuurhuizen de komende jaren gezien worden door het beleid. We bekijken met jullie de belangrijkste passages voor ons netwerk.
erkenning voor cultuurhuizen en aandacht voor spreiding
De nota bevat een expliciete erkenning van de scharnierfunctie die cultuurhuizen vervullen in het culturele landschap, tussen lokale gemeenschappen en het professionele kunstenveld. Ook de uitdagingen waarmee cultuurhuizen dagelijks geconfronteerd worden (financiële druk, een uitbreidend takenpakket, infrastructuurnoden en een verzwakte band met het Vlaamse niveau) worden bij naam genoemd. Het lijkt subtiel, maar formele erkenning van deze rol bleef de laatste 10 jaar uit. Het is een punt waar cult! al jaren op hamert.
Opvallend, we lezen ook (eindelijk) erkenning voor de intrinsieke bovenlokale werking van cultuurhuizen: “We herstellen zo de noodzakelijke en natuurlijke band met cultuurcentra – die intrinsiek een bovenlokale werking hebben – zonder afbreuk te doen aan de lokale autonomie. De sleutelrol van lokaal beheerde infrastructuur voor een dynamisch, divers en gelaagd kunstenveld wordt bevestigd” (p.45). Cult! is tevreden dat een belangrijk speerpunt van ons memorandum, van onze eerdere gesprekken met de sector en het kabinet cultuur op deze manier opgenomen wordt in de visienota. De tekst benadrukt verschillende keren dat er nood is aan afstemming tussen het lokale, bovenlokale en Vlaamse niveau, en dat infrastructuur voor gedeeld ruimtegebruik gestimuleerd moet worden.
Positief is het voorstel om ondersteuning te voorzien op projecten die creatieprocessen en toonkansen voor makers stimuleren via cultuurhuizen (hoofdstuk 4.3.2. spreiden). We denken daarbij meteen aan het effect van succesvolle initiatieven zoals Eigen Kweek, het project voor regionale talentontwikkeling dat liep in 55 cultuurhuizen en geen kansen meer kreeg in het huidige bovenlokale decreet. Opgelet: deze ondersteuningsmaatregel zal een plek moeten krijgen binnen het bovenlokaal decreet en dus binnen de bestaande middelen.
Al blijft er volgens ons wel een grote vraag hangen bij dit initiatief. Er is een grondig spreidingsdebat nodig, en daarvoor moeten de cultuurhuizen mee aan tafel zitten. Dat vormt een sterker vertrekpunt voor de vernieuwde dialoog die de nota belooft. We herhalen de oproep uit het memorandum van cult!: betrek het veld, betrek cultuurhuizen. Niet over ons, zonder ons.
veel intenties, vage invullingen
De nota stelt de juiste vragen over rolverdeling en verantwoordelijkheid, maar concrete antwoorden blijven te vaak uit. Veel passages zijn vrijblijvend, vaag of voorzichtig geformuleerd. 'We vragen de sector om…', 'we streven naar…', 'we bekijken de opties…' — het zijn formuleringen die weinig houvast bieden voor de sector die nu al onder druk staat. In het beste geval laat dit openingen om dit samen met het werkveld concreet in te vullen.
Neem het thema cultuureducatie. De nota wil een structurele samenwerking opzetten tussen de beleidsdomeinen Onderwijs en Cultuur: “Een structurele samenwerking met domein Onderwijs is ook nodig, want vandaag is cultuureducatie helaas te afhankelijk van tijdelijke projecten, lokale goodwill en individuele voortrekkers, waardoor toegang tot Kunst en Cultureel Erfgoed voor kinderen en leerlingen sterk ongelijk verdeeld is en sociale ongelijkheid reproduceert” (p. 26). De nota onderstreept terecht het belang om elke leerling in contact te brengen met cultuur. Er zijn al krijtlijnen, maar hoe ze dit concreet zullen aanpakken, blijft nog vaag, Voorlopig ontbreekt het concreet tijdspad, een duidelijk budget en een beschrijving van wie wat doet. Cultuurhuizen zijn vandaag al actieve partners voor scholen in hun regio, vaak zonder structurele middelen of kaders, en sterk onderhevig aan wat de nota ‘lokale goodwill’ noemt.
en wat met infrastructuur, internationalisering en publieken?
De nota wil gedeeld ruimtegebruik stimuleren via pilootprojecten en matchmaking. Dat klinkt veelbelovend. Uiteraard hebben cultuurhuizen met acute infrastructuurnoden meer nodig dan louter inspiratie. En ook hier blijft het onduidelijk: wie betaalt wat? Wat met de ontoereikende budgetten?
Als het over internationale uitwisseling gaat, zien we kansen. De nota wil de internationalisering van Vlaamse culturele actoren versterken: waarom dan niet de ondersteuningsmaatregel voor internationale uitwisseling opnieuw beschikbaar maken voor lokale cultuurwerkers? [1] Door vanuit Vlaanderen internationale uitwisseling te stimuleren met een eenvoudige subsidielijn, geef je lokaal de erkenning aan de meerwaarde daarvan en verlaag je de drempels om hieraan deel te nemen.
We missen in de nota aandacht voor innovatie rond community building en nieuwe participatievormen. De tekst roept organisaties op om te investeren in nieuwe publieken, maar zegt niets over hoe dat concreet ondersteund wordt via opleiding, inspiratiekaders of gedeelde praktijken. Nochtans staat dit thema bij Vlaamse, Brusselse maar ook Europese collega's hoog op de agenda: cultuurwerkers bouwen actief aan open, futureproof huizen die gemeenschappen verbinden en culturele democratie in de praktijk brengen. Bruggenbouwen is precies wat cultuurhuizen elke dag doen. Dat verdient een ondersteunend kader.
extra kansen via codex cultuur & huizen van de muziek
De nota vertrekt in de eerste plaats vanuit kunsten en erfgoed. Al zijn er doorheen de tekst ook een aantal opmerkelijke passages terug te vinden. Zo kijken we samen met de sector uit naar een opvallend overkoepelend initiatief: de aankondiging van een Codex Cultuur. “We beogen hiermee een juridische en administratieve vereenvoudiging en een robuuster en vooral toekomstbestendig cultuurbeleid dat de realiteit van culturele praktijken, in alle diversiteit, volgt en niet omgekeerd” (p. 22). We zijn benieuwd naar de concrete uitwerking en de impact ervan op de dialoog tussen lokale en het Vlaamse cultuurbeleid.
Tenslotte wijdt de nota een volledig hoofdstuk aan de versterking van hedendaagse muziek. Het wil bestaande muziekclubs en werkingen die residenties en begeleiding aanbieden, versterken tot ‘Huizen van de Muziek’ waarbij “repetitie, creatie, coaching op maat, opname/captatie en presentatie één samenhangend traject vormen. Zij kunnen de matchmaker zijn in een netwerk dat muzikanten en hun carrières ondersteunt” (p. 47). Ook kansen voor cultuurhuizen die sterk inzetten op hun hedendaagse muziekwerking?
over de aanpak: een oproep aan de minister
Het werk dat we met cult! het afgelopen jaar achter de schermen verrichtten, werpt duidelijk zijn eerste vruchten af. Een aangename verrassing én een evolutie sinds het regeerakkoord, waar het eerder speuren was naar een vermelding van de cultuurhuizen of het lokaal cultuurbeleid.
Voor een tekst die op meerdere plaatsen expliciet verwijst naar de rol van cultuurhuizen (rond druk op cultuurwerkers, spreiding, divers aanbod, het respecteren van het cultuurpact) werd het netwerk van cult! anderzijds in de afgelopen maanden slechts indirect geconsulteerd. Lokale besturen en cultuurhuizen worden in de nota nochtans beschreven als cruciale partners. Het is dan ook een open vraag vanuit cult!: bevraag en betrek ze in de uitwerking van deze visie.
wat nu?
Cult! volgt de uitwerking van deze visienota op de voet. In het bijzonder volgen we de pilootprojecten rond infrastructuur, de initiatieven rond cultuureducatie, de kansen die we zien voor talentontwikkeling, en de projecten en vraagstukken rond spreiding & creatie.
Na de publicatie van de visienota, ging cult! langs bij het kabinet om onze lezing en bezorgheden met hen te delen. We blijven de hand uitreiken om cultuurhuizen te betrekken bij de initiatieven die uit deze visienota voortvloeien. Cruciaal daarbij zijn de vragen: hoe zien beleidsmakers de toekomst van het lokaal cultuurbeleid? Hoe willen ze lokale cultuurwerker in alle oefeningen betrekken? En komen ze ook met financiële ondersteuning voor de cultuurhuizen over de brug?
Heb je vragen, bemerkingen of wil je zelf input geven? Neem contact op met cult! via info@cult.be.
[1] Tot 2 jaar geleden bestond deze ondersteuningsmaatregel vanuit Vlaanderen nog en was die ook toegankelijk voor cultuurwerkers uit lokale cultuurhuizen